Aansprakelijkheid van een bestuurder bij niet nakomen van een schikking

Op 12 november 2019 schreef ik een artikel over bestuurdersaansprakelijkheid. Daarin besprak ik wanneer een bestuurder aansprakelijk is voor handelingen van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (B.V.). In de praktijk komen regelmatig voorbeelden voorbij waarin een bestuurder aansprakelijk wordt gehouden voor handelingen die door de B.V. zijn verricht. Hieronder bespreek ik een dergelijk voorbeeld.

 

Bestuurdersaansprakelijkheid

Maar eerst even een korte herhaling van de theorie. Bestuurdersaansprakelijkheid wordt veelal gebaseerd op de onrechtmatige daad zoals genoemd in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Bij aansprakelijkheid op grond van dit artikel heeft de Hoge Raad bepaald dat alleen onder bijzondere omstandigheden ruimte is voor aansprakelijkheid van een bestuurder naast de B.V. Volgens de Hoge Raad moet sprake zijn van een persoonlijk ernstig verwijt. Niet ieder verwijt dat een bestuurder gemaakt kan worden dient tot aansprakelijkheid te leiden, omdat een bestuurder niet te zeer beperkt dient te worden in zijn optreden als bestuurder van een rechtspersoon (B.V.). Als te snel aansprakelijkheid wordt aangenomen, zal een bestuurder zich minder vrij voelen in zijn handelen binnen en in het belang van de B.V.

 

Aansprakelijkheid bestuurder van B.V. is mogelijk

Alhoewel de aansprakelijkheidsdrempel voor een bestuurder erg hoog is, leert de rechtspraak ons dat in bepaalde gevalstypen aansprakelijkheid van de bestuurder van een B.V. mogelijk is. Een van die gevalstypen is de volgende:

  • De bestuurder gaat namens de B.V. een overeenkomst aan, waarvan de bestuurder weet - dan wel behoorde te weten - dat de B.V. niet aan de verplichtingen uit de overeenkomst kan voldoen en dat de B.V. in geval van tekortschieten in de nakoming van die verplichtingen geen verhaal biedt voor de schade die de andere contractspartij lijdt.

 

Uitspraak Rechtbank Arnhem

In een uitspraak van de Rechtbank Arnhem speelde dit gevalstype. Eiseres heeft Cargorent B.V., hierna te noemen ‘Cargorent’, juridische bijstand verleend. De opdrachtbevestiging dateert van 23 oktober 2006. Vervolgens heeft eiseres diverse facturen aan Cargorent toegezonden. De facturen zijn door Cargorent niet betaald. Eiseres heeft Cargorent gedagvaard teneinde betaling van de facturen te verkrijgen. Cargorent heeft geen verweer gevoerd en is bij verstek veroordeeld om de gevorderde bedragen aan eiseres te voldoen. Op 12 maart 2008 is, na onderhandeling, een regeling in der minne bereikt tussen Cargorent en eiseres. Op 18 maart 2008 is het faillissement van Cargorent uitgesproken. De minnelijke regeling is door Cargorent niet nagekomen.

 

Oordeel van de rechtbank 

Eiseres spreekt de bestuurder van Cargorent aan en stelt dat de bestuurder onrechtmatig heeft gehandeld omdat hij ten tijde van het overeenkomen van de schikking op 12 maart 2008 wist of behoorde te weten dat Cargorent deze schikking niet na zou kunnen komen. De rechtbank oordeelt als volgt:

De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] ten tijde van het aangaan van de schikking met [eiseres] redelijkerwijs behoorde te weten dat Cargorent B.V. de verplichtingen die uit de schikking voortvloeiden niet meer zou kunnen nakomen. Niet alleen was hij toen op de hoogte van de faillissementsaanvraag, hij wist ook dat Cargorent B.V. alle activiteiten toen had gestaakt. [gedaagde] heeft, ook gelet op zijn verklaringen ter comparitie, de stellingen van [eiseres] onvoldoende gemotiveerd betwist.

De rechtbank oordeelt in de zaak van Cargorent dat de bestuurder dus aansprakelijk kan worden gesteld omdat hij, toen de schikking werd aangegaan, behoorde te weten dat Cargorent de schikking niet meer zou kunnen nakomen. Dat is ook niet vreemd omdat de bestuurder op de zitting had verklaard dat hij, toen de schikking werd getroffen, op de hoogte was van de faillissementsaanvraag van Cargorent en de ondernemingsactiviteiten van Cargorent reeds waren beëindigd.

 

Conclusie

Alhoewel de aansprakelijkheidsdrempel voor een bestuurder erg hoog is, werd in een zaak bij de Rechtbank Arnhem geoordeeld dat de bestuurder aansprakelijk kon worden gesteld. De bestuurder was een schikking namens de B.V. aangegaan waarvan hij wist dat hij die niet zou kunnen nakomen. Dat is een typisch geval van bestuurdersaansprakelijkheid.

Fleur Verhaegh

Fleur Verhaegh

Fleur Verhaegh

Arrow

HEEFT U VRAGEN OF BENT U OP ZOEK NAAR JURIDISCH ADVIES?

Laat hieronder uw gegevens achter en geef aan wat uw vraag is. U wordt dan zo spoedig mogelijk geholpen door een van onze specialisten.

trc-advocaten-website016

Speciaal voor ondernemers en de mens erachter

Samenwerken; niet vóór u maar mét u

Eerlijk advies van onze specialisten