Praktijkcase: DGA keert zichzelf te laag salaris uit in verband met alimentatieperikelen. Mag dat?

Vordering uit onrechtmatige daad op een besloten vennootschap wegens het toekennen van een te lage beloning aan de DGA in verband met een alimentatieverplichting. Op 3 maart 2020 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2020:1868)  een interessante uitspraak gedaan in een zaak waarin de man zichzelf als DGA van zijn besloten vennootschap een te lage beloning/ salaris had toegekend. Hij wilde daarmee het incasseren van alimentatie door zijn ex-echtgenote tegenwerken. De uitspraak en mijn toelichting hierop vindt u hieronder.

DGA-laag-salaris-uitkereren-alimentatie

 

Wat Vooraf ging 

Voorafgaand aan deze zaak heeft de ex-echtgenote van de man lang geprocedeerd om tot een (definitieve) vaststelling van alimentatie te komen. Nadat de alimentatie was vastgesteld, betaalde de man deze alimentatie niet. Hierdoor was de vrouw genoodzaakt om incassomaatregelen te nemen. Het probleem was echter dat de man geen verhaal bood, omdat hij zichzelf als DGA van zijn besloten vennootschap een te lage beloning toekende.

 

De procedure

De ex-echtgenote van de man is vervolgens een procedure gestart tegen de besloten vennootschap. De ex-echtgenote heeft zich in die procedure op het standpunt gesteld dat het handelen (het bewust laag houden van de beloning) van de man - in de hoedanigheid van DGA van de besloten vennootschap - als onrechtmatige daad aan de besloten vennootschap kan worden toegerekend.

Ter onderbouwing van haar standpunt heeft de ex-echtgenote in deze procedure verwezen naar rapporten van accountants en deskundigen die in de alimentatieprocedure waren overgelegd. Op basis van deze stukken was de definitieve alimentatie vastgesteld. Uit die stukken bleek dat voor de vaststelling van de beloning van de man kon worden uitgegaan van het met de fiscus vastgestelde gebruikelijk loon. Er bestond voldoende ruimte om een dividenduitkering te doen zonder de continuïteit van de besloten vennootschap in gevaar te brengen. De man kon zichzelf een aanzienlijk hogere beloning toekennen. Desondanks heeft hij zijn beloning bewust laag gehouden om de mogelijkheden om de achterstand in de alimentatie te incasseren tegen te werken.

In deze procedure heeft de besloten vennootschap geen plausibele verklaring gegeven voor de hoogte van de toegekende beloning. Dit terwijl het van de besloten vennootschap mag worden verlangd dat zij de stelling van de ex-echtgenote van de man weerlegt.

 

Uitspraak

Het gerechtshof heeft de besloten vennootschap uiteindelijk veroordeeld op grond van onrechtmatige daad tot betaling van een schadevergoeding aan de ex-echtgenote van de man van € 502.911,00.

 

Kanttekening

Bij deze uitspraak moet nog wel de kanttekening worden gemaakt. De besloten vennootschap heeft namelijk geen grief aangevoerd tegen het oordeel van de rechtbank dat het onrechtmatig handelen van de man in de hoedanigheid van DGA moet worden toegerekend aan de besloten vennootschap. Het gerechtshof was derhalve op dit punt gebonden aan het oordeel van de rechtbank. Indien hiertegen was gegriefd, had de uitkomst anders kunnen zijn. Dit aangezien de alimentatieverplichting voortvloeit uit de relatie tussen de man en zijn ex-echtgenote. Dus niet uit de relatie tussen de besloten vennootschap en de ex-echtgenote.

Speelt bij u een vergelijkbare kwestie of hebt u vragen die gerelateerd zijn aan dit onderwerp, neemt u dan contact op met een van de advocaten van de sectie personen- en familierecht.

31 Mar 2020

Ghislaine van Kooten

New call-to-action

Gerelateerde artikelen

TRC Update