Bij een onderneming kan een dringende financieringsbehoefte ontstaan om het bedrijf overeind te houden of om verbeteringen aan het bedrijfspand aan te brengen die nodig zijn om te voldoen aan de regelgeving op het gebied van bijvoorbeeld brandveiligheid en arbeidsomstandigheden. Als er niet voldoende financiële middelen zijn bij de onderneming en evenmin extern kapitaal kan worden aangetrokken dan komt – zonder ingrijpen- het voortbestaan van de onderneming in gevaar.
Daarbij zijn er verschillende opties waaronder een agiostorting door beide (50 %) aandeelhouders, of een emissie waar slechts één van de aandeelhouders aan deelneemt, zodat het aandeel van de ander verwatert.
Wat nu te doen als de twee (beiden 50 %) aandeelhouders tevens bestuurders het niet eens worden over de noodzaak tot bijstorten? Kan de andere aandeelhouder voorts worden verplicht tot bijstorting van een gelijk deel? Het antwoord op die vraag is ja. Dat kan onder omstandigheden.
In de rechtspraak is uitgekristalliseerd dat een vordering tot noodzaakfinanciering kan worden toegewezen als aan drie voorwaarden is voldaan:
Als voldaan is aan de drie vereisten dan kan een vordering tot toewijzing van noodzaakfinanciering worden toegewezen.
Een dergelijke procedure is niet bevorderlijk voor de samenwerking. Vaak is er sprake van verschillen van mening op meerdere aspecten van het te voeren beleid, wel of niet verhuizen, automatiseren, specialiseren, uitbreiden etc.
De ene aandeelhouder wil vooruit en de ander wil niet mee en hangt goed beschouwd achter de wagen de ontwikkeling van de onderneming en besluitvorming te frustreren.
Per 1 januari 2025 is er een effectieve mogelijkheid bijgekomen om deze impasse te doorbreken.
Vanaf die datum kan gebruik worden gemaakt van de geschillenregeling bij de Ondernemingskamer waarbij uitstoting kan worden verzocht van de onwillige aandeelhouder waarbij deze onwillige aandeelhouder kan worden verplicht zijn aandelen over te dragen. Nadien kan de blijvende aandeelhouder zonder belemmeringen investeren en beleid voeren en heeft de handen vrij.
De nieuwe geschillenregeling biedt naast uitstoting van een onwillige aandeelhouder ook de mogelijkheid om uit te treden als aandeelhouder.
Denk daarbij aan de situatie dat een meerderheidsaandeelhouder een voor de minderheidsaandeelhouder zeer ongunstig dividendbeleid voert of de belangen van de vennootschap ondergeschikt maakt aan de belangen van een andere onderneming van de meerderheidsaandeelhouder buiten de groep.
Spelen er soortgelijke kwesties bij uw onderneming dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen om samen te kijken wat de mogelijkheden zijn om die op te lossen.