Coronavirus themadossier: Bent u aansprakelijk jegens uw afnemers voor het niet tijdig leveren van diensten of producten als gevolg van het coronavirus?

Zoals vandaag besloten blijven scholen, sportclubs, restaurants en cafés tot en met – in ieder geval -28 april aanstaande gesloten. Bedrijven krijgen door deze maatregelen niet alleen te maken met minder werk en een lagere bezetting, ook levert uw leverancier zijn diensten of producten mogelijk niet meer (op tijd). Ook kan het zijn dat het evenement dat u organiseert moet worden afgelast. Hierdoor komen uw eigen verplichtingen jegens derden in gevaar. In dit artikel gaan wij in op de vraag of u al dan niet aansprakelijk bent jegens uw afnemers voor het niet tijdig leveren van diensten of producten als gevolg van het coronavirus. Anders gezegd: is sprake van een overmachtsituatie?

 

Coronavirus-themadossier-aansprakelijkheid-afnemers-banner

 

Algemeen: schadevergoeding en overmacht

Waaruit vloeit uw aansprakelijk in een dergelijke situatie überhaupt voort? Uw afnemer kan bijvoorbeeld schadevergoeding van u vorderen op grond van artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek. Op het moment dat u uw verplichtingen uit een overeenkomst niet nakomt en uw afnemer hier schade door lijdt, kan uw afnemer de schade mogelijk op u verhalen. Uw afnemer kan met succes een beroep op dit artikel doen als sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de verbintenis. Een voorbeeld hiervan is het niet (tijdig) leveren van diensten of producten. Daarnaast moet uw afnemer schade hebben geleden. Er moet ook een zogenoemd causaal verband zijn tussen de schade en de niet-nakoming van uw verplichtingen. Dit causale verband houdt in dat de schade niet geleden zou zijn als u uw verplichting jegens uw afnemer (tijdig en juist) had voldaan.

 

Verzuim of niet?

Uw afnemer kan slechts een geslaagd beroep doen op artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek indien u in verzuim verkeert. Of sprake is van verzuim ligt aan de omstandigheden van het geval. In sommige gevallen dient u eerst schriftelijk in gebreke te zijn gesteld en moet u een redelijke termijn zijn gegeven om alsnog de overeenkomst na te komen. In sommige gevallen gaat dit echter niet op, bijvoorbeeld als er een specifieke leverdatum is afgesproken, een zogenoemde ‘fatale termijn’. Een ingebrekestelling is dan niet vereist voor het intreden van het verzuim.

Stel, uw afnemer doet een beroep artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek en vordert schadevergoeding. Dan zou u, ter afwending van deze claim, onder omstandigheden een beroep kunnen doen op overmacht. Overmacht is geregeld in artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek. Artikelen 6:74 en 6:75 van het Burgerlijk Wetboek zijn van regelend recht. Dit houdt in dat door partijen van deze regels mag worden afgeweken. Wij komen hier later op terug onder het kopje ‘toerekenbaarheid krachtens rechtshandeling’.

 

Wanneer is er sprake van overmacht?

Er is sprake van overmacht indien uw tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst niet aan u kan worden toegerekend. Een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst kan u niet worden toegerekend indien de tekortkoming niet aan uw schuld is te wijten en ook niet voor uw rekening komt. De wet drukt het als volgt uit: een tekortkoming kan de schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij niet is te wijten aan zijn schuld (1), noch krachtens wet (2), rechtshandeling (3) of in het verkeer geldende opvattingen (4) voor zijn rekening komt. Maar wat betekent dit concreet? Op deze vier situaties gaan wij hierna nader in.  

 

Vier situaties van overmacht

 

1. tekortkoming niet aan uw schuld te wijten

Als de tekortkoming niet aan uw schuld te wijten is, dan kunt u een geslaagd beroep doen op overmacht. Schuld is wel aanwezig wanneer u de tekortkoming had kunnen en behoren te vermijden. Een voorbeeld zal dit verduidelijken.

Schuld is bijvoorbeeld wel aanwezig indien u de mogelijkheid had de prestatie voortvloeiende uit de overeenkomst door een ander dan uzelf te laten uitvoeren. Niet elke overeenkomst hoeft immers door uzelf persoonlijk te worden uitgevoerd. Kon u zelf door omstandigheden de prestatie niet verrichten, dan moet u kijken of bijvoorbeeld uw werknemer(s) of een zzp’er de prestatie kon verrichten.

 

2. toerekenbaarheid krachtens de wet

Ook indien de tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst niet op basis van schuld aan u kan worden toegerekend, kan toch sprake zijn van toerekenbaarheid op andere gronden.  Dit betekent dat u in bepaalde situaties, waarin aan u geen persoonlijk verwijt kan worden gemaakt van de niet-nakoming, toch aansprakelijk bent voor de schade van uw afnemer. Zo komen enkele omstandigheden op grond van de wet voor uw risico. Er worden in de wet twee duidelijke omstandigheden aan de schuldenaar toegerekend.

De eerste is het gebruik van de hulp van andere personen. De tweede wettelijke omstandigheid die aan de schuldenaar wordt toegerekend zijn gebruikte zaken. Wij zullen hier niet nader op ingaan. Dit vanwege het feit dat deze twee omstandigheden minder relevant zijn in het kader van de vraag of u al dan niet aansprakelijk bent jegens uw afnemers voor het niet tijdig leveren van diensten of producten als gevolg van het coronavirus.

 

3. toerekenbaarheid krachtens rechtshandeling

Indien de tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst niet op basis van schuld of op basis van de wet kan worden toegerekend, komt de tekortkoming soms toch voor uw rekening krachtens een rechtshandeling. Met rechtshandeling wordt in dit kader de overeenkomst tussen u en uw afnemer bedoeld. Zoals hiervoor aan de orde is gekomen, mogen partijen in hun overeenkomst (en/of in de toepasselijke algemene voorwaarden) het begrip overmacht zelf nader invullen. Bij de beantwoording van de vraag of een tekortkoming aan u kan worden toegerekend, zal dus ook gekeken moeten worden naar de afspraken die u heeft gemaakt met uw afnemer.

Zo kan in de overeenkomst zijn bepaald dat sommige omstandigheden voor uw rekening komen. Bepalingen die zien op de uitbreiding van uw toerekenbaarheid noemen we garanties. U biedt hiermee meer bescherming aan uw afnemer, omdat u afspreekt voor deze omstandigheden het risico te dragen. Als één van deze omstandigheden zich voor doet, kunt u geen beroep doen op overmacht.

In de overeenkomst tussen u en uw afnemer kan ook zijn afgesproken dat bepaalde omstandigheden juist niet voor uw rekening komen. We spreken dan van exoneraties. Omdat u in dit geval juist afspreekt dat u het risico voor een bepaalde omstandigheid niet draagt, beschermt u uzelf tegen een schadeclaim in deze situatie. U kunt in dit geval een beroep doen op overmacht.

Of u een geslaagd beroep op overmacht kan doen, hangt dus ook af van de bepalingen in uw overeenkomst met uw afnemer. Heeft u niets afgesproken in uw overeenkomst over overmacht? Dan geldt ‘gewoon’ de wet (artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek) en kan onder omstandigheden toch een beroep op overmacht worden gedaan.

 

4. toerekenbaarheid krachtens verkeersopvatting

Ten slotte kunnen de in het verkeer geldende opvattingen aan een geslaagd beroep op overmacht in de weg staan. Bij deze toerekeningsgrond staat de opvatting omtrent de risicoverdeling zoals die in de maatschappij geldt centraal. Een voorbeeld zal dit verduidelijken.

In een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem van 19 december 2006 (ECLI:GHARN:2006:AZ9788) speelde het volgende. De vogelpest zorgde ervoor dat een broederij de uitgebroede kuikens moeilijk kon verkopen. Er waren immers, gezien de vogelpest, weinig kopers te vinden voor de kuikens. De inkoopprijzen van de door de broederij uit te broeden eieren waren hetzelfde gebleven, terwijl de verkoopprijs voor de kuikens enorm was gedaald. De broederij heeft om deze reden niet de volledige facturen aan de leverancier van de broedeieren voldaan.

De leverancier van de broedeieren sprak de broederij aan tot betaling van de restantfacturen. De broederij deed een beroep op overmacht. Het gerechtshof stelde voorop dat de broederij de eieren heeft afgenomen van de leverancier. Het behoort tot het normale risico van een ondernemer dat hij een daling van zijn verkoopprijzen als gevolg van de werking van de markt voor zijn rekening moet nemen. Dit risico kan een ondernemer niet zonder meer afwentelen op zijn toeleveranciers, door hen niet volledig te betalen, aldus het gerechtshof. Het gerechtshof oordeelde dat het onvermogen om te betalen op grond van de verkeersopvattingen voor eigen rekening komt. Het beroep op overmacht faalde hier.

 

Toepassing coronavirus als overmachtsituatie 

Of u al dan niet aansprakelijk bent jegens uw afnemers voor het niet (tijdig) leveren van diensten of producten door het coronavirus, hangt dus af van het antwoord op de vraag of deze tekortkoming aan u kan worden toegerekend.

In handelsovereenkomsten worden vaak overmachtsclausules opgenomen, bijvoorbeeld in de vorm van garanties of exoneraties. Kijkt u daarom altijd eerst uw overeenkomst met uw afnemer na. Wat is er tussen partijen afgesproken? Is bijvoorbeeld bepaald dat een pandemie (zoals het coronavirus) niet aan u is toe te rekenen, dan komt u een geslaagd beroep op overmacht toe en bent u aldus niet aansprakelijk voor de schade van uw afnemer.

Indien dergelijke overmachtsclausules in uw contract (of de algemene voorwaarden) ontbreken, dan valt u terug op de wettelijke overmachtsbepaling van artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek. Een beroep op overmacht is dan (slechts) mogelijk indien aantoonbaar is dat het coronavirus:

  • nakoming van de overeenkomst onmogelijk heeft gemaakt;
  • die onmogelijkheid buiten uw invloedssfeer ligt;
  • de gevolgen van de onmogelijkheid redelijkerwijs niet door u kunnen worden voorkomen en;
  • de onmogelijkheid niet voorzienbaar was op het moment van contractsluiting.

Het hiervoor besproken arrest over de vogelpest laat al zien dat een tekortkoming snel voor uw eigen rekening en risico blijft. Of dat in het geval van het coronavirus ook zo is, is op voorhand lastig te zeggen. Naar onze mening hebben partijen bij overeenkomsten die zijn aangegaan vóór het ‘corona tijdperk’ in alle redelijkheid geen rekening kunnen houden met de uitbraak en de gevolgen van het coronavirus. Dat u dan een geslaagd beroep op overmacht kunt doen, sluiten wij zeker niet uit. Als u vandaag de dag een contract sluit, zal dat anders kunnen liggen. Hoe dan ook, het is riskant om te denken dat corona “zeker een situatie van overmacht oplevert en dat u geen risico loopt”.

 

Conclusie: schadevergoeding en overmacht

Mocht u zich met succes kunnen beroepen op overmacht, dan bent u niet aansprakelijk en dus niet gehouden om schadevergoeding aan uw afnemer te betalen, omdat u in verband met het coronavirus de overeenkomst met uw afnemer niet nakomt. Het is goed denkbaar dat u een beroep kunt doen op overmacht. Het hangt echter af van de omstandigheden van het geval. Wilt u weten of en op welke manier u zich in uw specifiek geval kunt beroepen op overmacht? Neem dan contact met ons op.

 

CORONAVIRUS THEMADOSSIER

Wij hebben een pagina speciaal ingericht voor het coronavirus met de laatste juridische updates omtrent het coronavirus en onze werkwijze in deze tijden. Bekijk deze hier.

31 Mar 2020

Fleur Verhaegh

New call-to-action

TRC Update