De juridische splitsing: het onderschatte spiegelbeeld van de fusie
Wie het ondernemingsrecht volgt, zou bijna kunnen denken dat vennootschappen vooral met elkaar willen versmelten. De juridische fusie is immers een bekend en veelgebruikt instrument bij herstructureringen, overnames en interne vereenvoudigingen. Alles lijkt erop gericht om structuren samen te voegen en complexiteit te verminderen door de (bestaande) vennootschappen te combineren.
De juridische splitsing – het directe spiegelbeeld van de fusie – blijft daarentegen opvallend vaak onder de radar. Toch is het een minstens zo interessant en veelzijdig instrument. Waar de fusie draait om samenbrengen, draait de splitsing juist om het uiteen halen van vermogens en activiteiten, zonder dat daarbij noodzakelijkerwijs waarde verloren gaat.
Een goede reden om de splitsing eens wat beter te bekijken.
Wat is een juridische splitsing?
De juridische splitsing is de rechtshandeling waarbij het vermogen van een vennootschap, of een gedeelte daarvan, onder algemene titel overgaat op één of meer andere bestaande of nieuw op te richten verkrijgende vennootschappen.
Die ogenschijnlijk technische definitie brengt meteen een belangrijk kenmerk naar voren: het gaat om overgang onder algemene titel. Dat betekent dat niet alle afzonderlijke vermogensbestanddelen apart hoeven te worden overgedragen, maar dat het geheel in één juridische beweging verschuift.
De wet kent daarbij twee hoofdvormen: de zuivere splitsing en de afsplitsing. Hoewel ze op elkaar lijken, verschillen ze wezenlijk in hun uitwerking. Die twee varianten vormen de basis, maar worden in de praktijk verder verfijnd met varianten zoals onder andere de ruziesplitsing en de driehoekssplitsing. De diverse varianten zal ik nader uiteenzetten.
De zuivere splitsing: het einde van de vennootschap
Bij een zuivere splitsing (artikel 2:334a lid 2 BW) houdt de splitsende rechtspersoon op te bestaan. Het vermogen gaat onder algemene titel over op twee of meer andere rechtspersonen. Die rechtspersonen kunnen zowel nieuw worden opgericht als al bestaan.
Wat deze variant bijzonder maakt, is dat de splitsende vennootschap volledig verdwijnt uit het juridische landschap. Alles wat zij bezit, wordt verdeeld over de verkrijgende vennootschappen.
In beginsel geldt daarbij een belangrijke hoofdregel: de aandeelhouders van de splitsende vennootschap worden aandeelhouder in de verkrijgende vennootschappen, in dezelfde verhouding als zij dat vóór de splitsing waren. De gedachte daarachter is eenvoudig: de economische belangen blijven zoveel mogelijk hetzelfde, maar ze worden voortaan anders juridisch vormgegeven.
Wanneer samenwerking niet meer werkt: de ruziesplitsing
Maar wat als aandeelhouders niet langer samen door één deur kunnen? Stel dat een samenwerking zodanig verstoord is dat voortzetting in één vennootschap niet meer wenselijk is. In dat geval biedt de zogenoemde ruziesplitsing (artikel 2:334cc BW) uitkomst.
Bij deze variant op de zuivere splitsing worden de aandeelhouders juist gescheiden van elkaar over de verkrijgende vennootschappen verdeeld. In plaats van dat zij allemaal aandeelhouder blijven van dezelfde nieuwe structuren, worden zij elk gekoppeld aan “hun eigen” vennootschap.
De naam is in dat opzicht veelzeggend: de ruziesplitsing is bij uitstek bedoeld om aandeelhoudersconflicten structureel te ontknopen.
Flexibiliteit in de verhouding: de ruilvariant
Tussen het standaardmodel (de zuivere splitsing) en de ruziesplitsing bestaat nog een tussenvorm: de mogelijkheid om af te wijken van de bestaande aandelenverhoudingen.
Dit betekent dat aandeelhouders niet per se in exact dezelfde verhouding terugkomen in de verkrijgende vennootschappen. Een dergelijke afwijking is echter niet vrijblijvend. Wanneer de economische verhoudingen veranderen, moet dat in beginsel worden gecompenseerd, zodat geen van de aandeelhouders wordt benadeeld. Stel dus dat aandeelhouder X en aandeelhouder Y door de splitsing niet meer dezelfde economische positie hebben als vóór de splitsing, dan moet er een correctiemechanisme komen zodat X en Y uiteindelijk weer (ongeveer) dezelfde totale waarde behouden als uitgangspunt. De bevoordeelde aandeelhouder dient daarbij de benadeelde aandeelhouder te betalen.
De afsplitsing: de vennootschap blijft bestaan
Waar de zuivere splitsing het einde van de vennootschap betekent, blijft de splitsende rechtspersoon bij de afsplitsing (artikel 2:334a lid 3 BW) wel bestaan. Daarbij draagt de splitsende rechtspersoon (een deel van) haar vermogen over aan één of meer verkrijgende rechtspersonen. Ten minste één van die verkrijgende entiteiten is een bij de splitsing opgerichte vennootschap, waarvan de splitsende vennootschap doorgaans enig aandeelhouder wordt.
In de praktijk is het logisch dat slechts een deel van het vermogen wordt afgesplitst, omdat de vennootschap blijft voortbestaan. Denk bijvoorbeeld aan het afsplitsen van een specifieke bedrijfsactiviteit, een vastgoedportefeuille of een dochteronderneming.
Toch is het ook mogelijk om het gehele vermogen over te dragen. In dat geval wordt de structuur zodanig ingericht dat de verkrijgende vennootschap(pen) bij oprichting in handen komen van de splitsende vennootschap zelf (artikel 2:334c lid 2 BW). De vennootschap blijft dan juridisch bestaan, maar zonder operationele activiteiten.
De driehoekssplitsing: de indirecte route
Naast de klassieke vormen bestaat er nog een wat minder bekende variant: de driehoekssplitsing.
Bij een driehoekssplitsing worden de aandeelhouders van de splitsende vennootschap geen aandeelhouder van de verkrijgende vennootschap zelf, maar van een groepsmaatschappij daarvan. In feite wordt de “beloning” voor hun aandelen dus niet direct in de nieuwe vennootschap uitgekeerd, maar via een verbonden entiteit binnen dezelfde groep.
Dit maakt de structuur flexibeler, met name binnen concernverhoudingen, maar ook iets minder direct inzichtelijk.
Conclusie
Zoals te zien is, kent de juridische splitsing meerdere verschijningsvormen die elk hun eigen functie en toepassingsmoment hebben. De keuze voor een bepaalde variant hangt sterk af van de situatie waarin een onderneming zich bevindt en het doel dat men met de herstructurering wil bereiken.
Zo biedt de zuivere splitsing uitkomst wanneer een vennootschap volledig wordt opgeknipt en ophoudt te bestaan, bijvoorbeeld bij het definitief scheiden van activiteiten of belangen. De afsplitsing daarentegen is juist geschikt wanneer de vennootschap (een deel van) haar activiteiten wil overdragen of afzonderlijk wil structureren, bijvoorbeeld om risico’s te isoleren of nieuwe ondernemingsdelen zelfstandig te positioneren.
Deze verscheidenheid maakt de juridische splitsing tot een bijzonder veelzijdig en interessant instrument binnen het ondernemingsrecht. Afhankelijk van de omstandigheden kan zij dienen als middel voor herstructurering, conflictbeëindiging, risicospreiding of strategische herpositionering van een onderneming.
Vragen?
Heeft u na het lezen van deze blog vragen over de juridische splitsing of wilt u weten welke variant in een specifieke situatie het meest geschikt is? Neem dan contact op met een van onze specialisten van Team Ondernemingsrecht.