Coronavirus themadossier: ‘Coronaverweer’ bij betalingsonmacht wordt niet altijd gehonoreerd. Een praktijkcase.

De eerste ‘corona-uitspraken’ komen inmiddels binnen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant oordeelde op 23 maart 2020 dat de coronacrisis niet als argument kon worden gebruikt om de rekeningen niet te betalen. Betalingsonmacht die wordt veroorzaakt door teruggelopen inkomsten wordt in dit geval door de voorzieningenrechter niet aangemerkt als een overmachtsituatie.

 

Coronavirus-themadossier-betalingsonmacht-niet-gehonoreerd-blog

 

Het geschil

In deze kwestie ging het om een huurgeschil van een woning. Tussen de verhuurders en huurders is op 1 augustus 2019 een huurovereenkomst tot stand gekomen. Vanaf 4 november 2019 stopten de huurbetalingen. Voor deze periode betaalden de huurders weliswaar huur, echter de huurbetalingen werden structureel te laat uitgevoerd. De advocaat van de verhuurders heeft op 12 februari 2020 jegens huurders aanspraak gemaakt op de achterstallige huurtermijnen en de contractuele boete. De huurders betaalden hierna op 14 februari 2020 nog één huurtermijn, echter de huurachterstand bedroeg op dat moment ruim EUR 5000,-.

De verhuurders startten hierna een procedure op. In kort geding eisten de verhuurders onder meer de ontruiming van de woning, alsmede de achterstallige huurtermijnen en de contractuele boete.

 

Verweer huurders

De door verhuurder gestelde huurachterstand wordt door de huurders niet betwist. Eén van de huurders stelt dat hij niet in staat is om te betalen omdat hij voor zijn inkomsten afhankelijk is van zijn bank. Daarnaast stelt deze huurder dat zijn inkomsten zijn gestagneerd als gevolg van de coronacrisis.

 

Oordeel voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter oordeelde dat dit verweer faalt. Voor zover de huurders met hun verweer een beroep hebben willen doen op financieel onvermogen c.q. betalingsonmacht, geldt dat betalingsonmacht, hoe vervelend ook voor de huurders, in de risicosfeer van de huurders ligt. Dit ontslaat de huurders niet van hun betalingsverplichtingen jegens de verhuurder. De voorzieningenrechter tekent daarbij aan dat al vanaf de aanvang van de huurovereenkomst sprake is geweest van te late betalingen door huurders. Dit terwijl toen (lees: 2019) nog geen sprake was van de corona-crisis. De conclusie van het voorgaande is dat de gevorderde huurachterstand en boete werden toegewezen door de voorzieningenrechter.

 

Conclusie

Wanneer een partij als gevolg van de coronacrisis en de overheidsmaatregelen niet aan contractuele verplichtingen kan voldoen, kan in sommige gevallen een beroep op bijvoorbeeld overmacht, onvoorziene omstandigheden of opschorting uitkomst bieden. Mijn collega Fleur Verhaegh heeft hier reeds uitgebreid over geschreven in haar blog van 31 maart 2020. 

Onderhavige uitspraak laat echter zien dat niet in alle gevallen een ‘coronaverweer’ wordt gehonoreerd. Het hangt af van de omstandigheden van het geval. Wel laat deze uitspraak zien dat, wanneer al vóór de corona-crisis sprake was van betalingsproblemen, de rechter zal oordelen dat dit in de risicosfeer van de debiteur ligt.

 

CORONAVIRUS THEMADOSSIER

Wij hebben een pagina speciaal ingericht voor het coronavirus met de laatste juridische updates omtrent het coronavirus en onze werkwijze in deze tijden. Bekijk deze hier.

9 Apr 2020

Ahmad Qurishi

New call-to-action

TRC Update