Geldt verbod van woningsplitsing indien er nog geen sprake is van een woning?

Op 20 april 2022 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) een uitspraak gedaan in een Eindhovense zaak waarin een transformatie van een tandartsenpraktijk naar appartementen was vergund. De vraag die in deze zaak voorlag, was of het verbod van woningsplitsing ook geldt als er nog geen sprake is van een woning.

 

Inleiding

Vergunninghoudster had een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van een tandartsenpraktijk naar vijf wooneenheden. De gronden hebben voor een deel de bestemming "Maatschappelijk" en voor een deel de bestemming “Wonen”.

Op 29 november 2019 heeft het college van Burgemeester en Wethouders van Eindhoven (hierna: het college) een omgevingsvergunning verleend voor bouwen en het gebruik in strijd met het bestemmingsplan op de begane grond van het pand.

 

Omvang van het geschil

Tegen deze omgevingsvergunning heeft een omwonende bezwaar gemaakt en later (hoger) beroep ingesteld. De omwonende heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake was van woningsplitsing aangezien op een deel van het pand een woonbestemming rust. Woningsplitsing is op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing" (hierna: het parapluplan) volgens hem niet toegestaan. Het college had daarom de regels voor woningsplitsing uit het parapluplan moeten toepassen. Het college heeft zich daartegen verweerd en zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van woningsplitsing als bedoeld in het parapluplan.

 

Oordeel van de Afdeling

De Afdeling heeft vastgesteld dat de omgevingsvergunning is verleend voor het bouwen en het gebruik in strijd met het bestemmingsplan op de begane grond ten behoeve van vijf wooneenheden. Op grond van het parapluplan is sprake van woningsplitsing wanneer een woning wordt gewijzigd naar twee of meerdere woningen. In het parapluplan wordt aangegeven dat van woningsplitsing sprake is als in een woning één of meerdere woonvoorzieningen (zoals wc, keuken en sanitair) en/of (een) scheidingswand(en) worden geplaatst, waardoor meerdere woningen ontstaan.

De Afdeling heeft vervolgens geoordeeld dat het verbod van woningsplitsing ziet op het moment dat feitelijk een woning in het pand aanwezig is. Omdat op het moment van de aanvraag van de omgevingsvergunning geen woning aanwezig was, worden alleen woningen toegevoegd en is dus geen sprake van een woningsplitsing. Dat het pand deels een woonbestemming heeft en - zoals de omwonende heeft gesteld - volgens de begripsbepaling in de planregels een woning is bedoeld voor één huishouden, betekent dan ook niet dat met het toevoegen van woningen sprake is van een woningsplitsing in de zin van het parapluplan.

Kortom, het verbod tot woningsplitsing was in deze zaak niet aan de orde aangezien op de begane grond feitelijk nog geen woning aanwezig was. De regels uit het parapluplan waren daarom niet van toepassing.

 

Vragen

Heeft u vragen over woningsplitsing? Neem dan contact op met een van onze specialisten van Team Bouw- en vastgoedrecht.

Evelien Geerings

Evelien Geerings

Evelien Geerings

Arrow

HEEFT U VRAGEN OF BENT U OP ZOEK NAAR JURIDISCH ADVIES?

Laat hieronder uw gegevens achter en geef aan wat uw vraag is. U wordt dan zo spoedig mogelijk geholpen door een van onze specialisten.

trc-advocaten-website016

Speciaal voor ondernemers en de mens erachter

Samenwerken; niet vóór u maar mét u

Eerlijk advies van onze specialisten