Wijst de voorzieningenrechter huurachterstand en incassokosten toe in kort geding tot ontruiming?

Kan een verhuurder in een kort geding tot ontruiming ook betaling van de huurachterstand en buitengerechtelijke incassokosten vorderen? Hoewel bij een geldvordering afzonderlijk het spoedeisend belang kan worden betwijfeld, worden dergelijke vorderingen in de praktijk regelmatig toegewezen.

 

De wet

Artikel 254 lid 1 en 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt:

  • 1. In alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, is de voorzieningenrechter bevoegd deze te geven. (…)

  • 5. In zaken die ten gronde door de kantonrechter worden behandeld en beslist is ook de kantonrechter bevoegd tot het geven van een voorziening als in deze afdeling bedoeld. Daarbij is op de kantonrechter van toepassing hetgeen omtrent de voorzieningenrechter is bepaald.

Huurgeschillen worden ingevolge artikel 93 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering door de kantonrechter behandeld en beslist. Omdat de gedaagde partij (de partij bij wie de dagvaarding is bezorgd en die zich verweert) in kantonzaken géén griffierecht (aan de rechtbank te betalen zaak-behandelingskosten) hoeft te betalen en de eisende partij daarin dus ook bij een verloren zaak niet in veroordeeld kan worden, ligt het voor de hand om bij de kantonrechter te procederen. Wanneer de kantonrechter fungeert als voorzieningenrechter, blijft natuurlijk wél overeind dat de eisende partij het hierboven geciteerde spoedeisend belang moet hebben bij de door hem/haar gevorderde onmiddellijke voorziening.

 

Gerechtelijke uitspraken

De afgelopen tien jaar zijn er veelvuldig uitspraken geweest van kantonrechters, rechtdoende in kort geding, waarin, naast de ontruiming van het gehuurde, huurder is veroordeeld tot betaling van de huurachterstand te vermeerderen met de wettelijke rente en zelfs de buitengerechtelijke incassokosten. Zie hieronder een aantal van die uitspraken:

  • vonnis in kort geding van de Rechtbank Limburg d.d. 12 augustus 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:6844;

  • vonnis in kort geding van de Rechtbank Limburg d.d. 15 december 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:12365;

  • vonnis in kort geding van de Rechtbank Gelderland d.d. 3 juli 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:3262;

  • vonnis in kort geding van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant d.d. 29 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:515;

  • vonnis in kort geding van de Rechtbank Midden-Nederland d.d. 16 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1209;

  • vonnis in kort geding van de Rechtbank Amsterdam d.d. 20 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4513.


Spoedeisend belang?

Waarom gebeurt dit, terwijl goed verdedigd kan worden dat voor toewijzing van de hierboven bedoelde geldvorderingen het spoedeisende belang ontbreekt?

De rechter wijst de huurachterstand in kort geding vaak toe omdat deze vordering nauw samenhangt met de vordering tot ontruiming, waardoor het spoedeisend belang voor de betaling besloten ligt in de spoedeisende ontruimingszaak.

 

De belangrijkste redenen voor de rechtspraktijk:

Samenhang der vorderingen: De ontruiming wordt gevraagd vanwege de openstaande huur. Omdat de verhuurder een spoedeisend belang heeft bij de ontruiming (zoals het beperken van verdere schade en misgelopen inkomsten), vloeit het spoedeisend belang bij de opeising van de achterstallige huur daar logisch uit voort.

Voorkomen van nodeloze procedures: Het zou de processuele efficiëntie schaden als de verhuurder voor de ontruiming wel in kort geding terecht kan, maar voor de al opgelopen huurachterstand een trage bodemprocedure zou moeten starten. Rechters koppelen de geldvordering daarom praktisch aan het spoedeisend kort geding.

Aannemelijkheid van de vordering: Als de huurachterstand (vaak drie maanden of meer) niet serieus door de huurder wordt betwist en eenvoudig te controleren is aan de hand van bankafschriften, staat de vordering in hoge mate vast. Er worden dan minder zware eisen gesteld aan een afzonderlijke, expliciete motivering van het spoedeisend belang bij enkel het geld.

Efficiënte schadebeperking: De verhuurder lijdt direct financieel nadeel door het uitblijven van de huur. Het toewijzen van de som geld in hetzelfde vonnis helpt de verhuurder om zijn schade direct te verhalen.

 

Conclusie

Het als verhuurder vorderen van huurachterstand en buitengerechtelijke kosten in een kort geding tot ontruiming van het gehuurde, ondanks dat daar het spoedeisende belang in de feitelijke (dus niet juridische) zin van het woord voor ontbreekt,  loont.

Sterker nog: het zal een daaropvolgende bodemprocedure tot ontbinding van de huurovereenkomst (zo’n vordering zal in kort geding nooit worden toegewezen omdat een dergelijke uitspraak, behoudens een eventueel daartegen in te stellen hoger beroep, een definitief karakter heeft) vaak onnodig maken. Immers verschaft de verhuurder na ontruiming van het gehuurde het genot over het gehuurde niet meer reden waarom het dan vaak niet redelijk wordt geacht dat de huurder nog huur moet betalen (overigens mogelijk wél als zijnde schadevergoeding voor misgelopen huur). Dit betreffen de kernverplichtingen bij huur over en weer. Ontbinding van de huurovereenkomst wordt dan dus vaak door zowel de verhuurder als de huurder overbodig geacht.

Vanzelfsprekend kunnen verhuurder en huurder ook buitengerechtelijk, met wederzijds goedvinden, de huurovereenkomst beëindigen in plaats van dat hiervoor (alsnog) een gerechtelijke bodemprocedure aanhangig wordt gemaakt. 

Ben van Campfort

Ben van Campfort

28 september 2026

Ben van Campfort

Arrow

HEEFT U VRAGEN OF BENT U OP ZOEK NAAR JURIDISCH ADVIES?

Laat hieronder uw gegevens achter en geef aan wat uw vraag is. U wordt dan zo spoedig mogelijk geholpen door een van onze specialisten.

trc-advocaten-website016

Speciaal voor ondernemers en de mens erachter

Samenwerken; niet vóór u maar mét u

Eerlijk advies van onze specialisten