Moet gemeente brandveiligheid opnieuw onderzoeken?

Wat was er aan de hand?

In een uitspraak van 1 april 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1839) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, hierna: de Afdeling, geoordeeld over een onderzoek naar de brandveiligheidseisen van het appartementencomplex Abdijtuinen dat de gemeente Veldhoven heeft laten uitvoeren.

Een bewoner van een appartement had de gemeente om handhaving verzocht omdat de brandoverslagberekeningen waarop de gemeente zich in de besluitvorming had gebaseerd volgens hem niet juist zouden zijn. De gemeente heeft echter geweigerd om handhavend op te treden.

De weigering was gebaseerd op een rapport van ingenieursbureau Peutz waarin werd geconcludeerd dat het appartementencomplex voldeed aan de eisen voor weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag.

 

Hoe verliep de procedure?

Bij de gemeente en de rechtbank Oost-Brabant haalde de bewoner bakzeil. In beroep oordeelde de rechtbank dat met de brandoverslagberekeningen in het rapport van Peutz was aangetoond dat werd voldaan aan de eisen van brandwerendheid, zodat de gemeente geen nader onderzoek hoefde te verrichten.

 

Wat gebeurde er in hoger beroep?

In hoger beroep verwees de bewoner naar een inspectierapport van het Kenniscentrum Glas, waarin werd vastgesteld dat de werkelijke afmetingen van de gevelopeningen aanzienlijk afweken van de waarden die Peutz had gebruikt.

In het rapport wordt geconcludeerd dat Peutz met betrekking tot de gevelopeningen in het appartementencomplex is uitgegaan van een hoogte van 210 cm, terwijl deze in werkelijkheid een hoogte van 238 cm hebben, en voor de hoogte van het schort en de borstwering van 86 cm is uitgegaan, terwijl deze in werkelijkheid een hoogte hebben van 55 cm. Daardoor zijn de afwijkingen respectievelijk 28 cm voor de hoogte en 31 cm voor het schort en de borstwering.

Het ‘schort’ is het zichtbare geveldeel onder het raam aan de buitenzijde van een gebouw. Samen met de borstwering vormt het schort de onderzijde van de gevelopening. Hoe lager het schort en de borstwering zijn, hoe minder barrière er is tussen vlammen die uit een raam slaan en het raam erboven. In werkelijkheid was de kans op het overslaan van een brand dus aanzienlijk groter.

 

Wat is het standpunt van de gemeente?

Tijdens de zitting bij de Afdeling erkende de gemeente dat deze afwijkingen juist waren en dat het rapport van Peutz daardoor niet zonder meer bruikbaar was.

 

Hoe oordeelde de Afdeling?

Volgens de Afdeling kan zonder nieuw onderzoek niet worden vastgesteld of het gebouw daadwerkelijk voldoet aan eisen van brandveiligheid ingevolge artikel 2.106 van het Bouwbesluit. Het hoger beroep wordt daarom gegrond verklaard en moet de gemeente alsnog nieuwe brandoverslagberekeningen laten uitvoeren op basis van de juiste afmetingen en vervolgens een nieuw besluit op bezwaar nemen.

 

Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk?

Inmiddels geldt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) als opvolger van het Bouwbesluit. Inhoudelijk is er op het punt van de brandveiligheid weinig veranderd, zodat de uitspraak van de Afdeling nog steeds relevant is.

Deze uitspraak benadrukt dat een bestuursorgaan niet zonder meer mag vertrouwen op een rapport van een deskundige die wordt ingeschakeld en zich er steeds van moet vergewissen of een rapport inhoudelijk juist is (dit is de zogeheten vergewisplicht). Zeker bij brandveiligheid is nauwkeurigheid geen luxe, maar een wettelijke verplichting.

Wilt u weten wat deze uitspraak betekent voor uw handhavingsverzoek of bouwdossier, dan denken wij graag mee!

Mark van den Hoff

Mark van den Hoff

5 mei 2026

Mark van den Hoff

Arrow

HEEFT U VRAGEN OF BENT U OP ZOEK NAAR JURIDISCH ADVIES?

Laat hieronder uw gegevens achter en geef aan wat uw vraag is. U wordt dan zo spoedig mogelijk geholpen door een van onze specialisten.

trc-advocaten-website016

Speciaal voor ondernemers en de mens erachter

Samenwerken; niet vóór u maar mét u

Eerlijk advies van onze specialisten