In stand houden slapende dienstverbanden niet langer mogelijk na uitspraak Hoge Raad

In stand houden slapende dienstverbanden niet langer mogelijk na uitspraak Hoge Raad: wat betekent dit voor werkgevers die medewerkers met een slapend dienstverband hebben?

Sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in 2015 zijn er steeds meer slapende dienstverbanden ontstaan. De Hoge Raad heeft echter op 8 november jl. het verlossende woord gegeven: het in stand houden van slapende dienstverbanden is niet langer mogelijk indien de werknemer verzoekt om beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden. Welke consequentie heeft deze uitspraak voor werkgevers die medewerkers met een slapend dienstverband hebben?

dienstverband-slapend

 

Wat is een slapend dienstverband?

Een slapend dienstverband ontstaat zodra een werknemer twee jaar ziek is, de loonbetalingsverplichting van de werkgever is gestopt, maar het dienstverband niet is geëindigd. Doordat de arbeidsovereenkomst niet is beëindigd, is de werkgever geen transitievergoeding verschuldigd.

 

Huidige situatie

Sinds de invoering van de WWZ zijn werkgevers, ook aan werknemers die twee jaar arbeidsongeschiktheid zijn geweest, een transitievergoeding verschuldigd bij beëindiging van het dienstverband. Veel werkgevers hadden niet de bereidheid of niet de mogelijkheid na twee jaar arbeidsongeschiktheid ook nog eens een (aanzienlijke) transitievergoeding te betalen.

Werkgevers vinden het in veel gevallen onrechtvaardig dat zij een transitievergoeding moeten betalen na een opzegging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Zij hebben immers voorafgaand aan de opzegging veelal gedurende twee jaar het loon doorbetaald en kosten gemaakt gericht op de re-integratie van de werknemer. Ook nog een transitievergoeding betalen voelt vaak onrechtvaardig.

 

Wet compensatie transitievergoeding

De wetgever beoogt aan deze bezwaren tegemoet te komen door invoering van de Wet compensatie transitievergoeding. Deze wet zal met ingang van 1 april 2020 in werking treden. Werkgevers kunnen (onder andere) een betaalde transitievergoeding na beëindiging van het dienstverband wegens langdurige arbeidsongeschiktheid terugvorderen, tot een maximum van het totale brutoloon dat de werkgever tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid (104 weken) heeft betaald.

 

Oplaaiende discussie

In de jurisprudentie was de geldende lijn dat slapende dienstverbanden waren toegestaan. Echter, nadat de Wet compensatie transitievergoeding werd aangenomen in de Eerste en Tweede Kamer, laaide de discussie over slapende dienstverband opnieuw op. De vraag werd of slapende dienstverbanden nog steeds toegestaan zouden moeten zijn indien het belangrijkste bezwaar van de werkgevers (lees: de kosten) zou komen te vervallen door de invoering van de compensatieregeling.

 

Vraag aan de Hoge Raad

De kantonrechter in Limburg heeft om die reden in april 2019 aan de Hoge Raad een aantal prejudiciële vragen gesteld. Kort samengevat is aan de Hoge Raad gevraagd of een werkgever op grond van goed werkgeverschap gehouden is in te stemmen met een voorstel van de werknemer om een slapend dienstverband te beëindigen, onder toekenning van een vergoeding van de werknemer.

 

Antwoord de Hoge Raad van 8 november 2019

Vandaag, 8 november 2019, heeft de Hoge Raad geantwoord. De Hoge Raad heeft bepaald dat een werkgever gehouden is in te stemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, onder toekenning van een vergoeding aan de werknemer ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding, indien is voldaan aan de vereisten voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

Daarbij geldt dat die vergoeding niet meer hoeft te bedragen dan hetgeen aan transitievergoeding verschuldigd zou zijn, bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst op de dag na die waarop de werkgever wegens arbeidsongeschiktheid van de werknemer de arbeidsovereenkomst zou kunnen (doen) eindigen.

 

Uitzondering

Op dit uitgangspunt is door de Hoge Raad wel een uitzondering aanvaardt. Indien de werkgever kan bewijzen dat er een gerechtvaardigd belang is bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst, hoeft de arbeidsovereenkomst niet te worden beëindigd. Als voorbeeld van een dergelijk belang noemt de Hoge Raad het geval waarin er reële re-integratiemogelijkheden mogelijkheden voor de werknemer bestaan.

 

Wat betekent dit voor werkgevers die medewerkers met een slapend dienstverband hebben?

Werkgevers hoeven niet actief hun medewerkers te gaan benaderen met de vraag of zij het dienstverband wensen te beëindigen.  Echter, indien zij van hun medewerkers met een slapend dienstverband het verzoek ontvangen om tot beëindiging van het dienstverband over te gaan met wederzijds goedvinden, zal hieraan in de meeste gevallen medewerking gegeven moeten worden.

Hiermee zal dus een einde komen aan veel slapende dienstverbanden en discussie rondom de betaling van de transitievergoeding.

Heeft u vragen over de gevolgen van deze uitspraak van de Hoge Raad voor u? Neem gerust contact met mij op.

 

8 Nov 2019

Ingrid van den Broek

Gerelateerde artikelen

TRC Update